De dood van Eltjo en de staking van 1929

Terwijl wij streden met zijn allen voor iets meer gezinsgeluk, en daarbij hielden voet bij stuk, is hij door dood’lijk schot gevallen.

Deze treurige woorden sieren een grafmonument aan de rand van het kerkhof in Finsterwolde. Het is het graf van Eltjo Siemens, een Groningse arbeider die exact 92 jaar geleden door de politie vermoord werd tijdens de grootste landarbeidersstaking die Nederland ooit gekend heeft.

5000 Groningers hadden het werk voor zes maanden neergelegd in protest tegen de hongerlonen die ze door de boeren betaald kregen. Samen met de socialistische beweging streden zij voor een onmiddellijke loonsverhoging van 10%, maar de boeren hielden voet bij stuk en de gemoederen liepen hoog op. Toen op een dag het nieuws binnenkwam dat de werkgevers een lading ‘onderkruipers’ hadden laten overkomen, verzamelde een menigte woedende arbeiders zich bij hotel ‘De Unie’ in Finsterwolde om de vermeende stakingsbrekers tegen te houden. 

Het bleek te gaan om een vergissing, het waren dit keer geen stakingsbrekers maar eenvoudige reizigers. Maar de marechaussee die aanwezig was had al van hogerhand bevel gekregen de bijeengekomen stakers schrik aan te jagen en ze met veel geweld uiteen te slaan. Met revolvers en sabels, deels te paard en deels te voet, joegen de agenten de Groningse arbeiders door het dorp. Hierbij werd gericht geschoten op iedereen die in zicht kwam, en velen raakten gewond door het politiegeweld.

Zo ook Eltjo Siemens. Terwijl hij vanuit de deurpost van een lokale tabakszaak het geweld gade sloeg werd hij door een politiekogel getroffen in zijn buik. Met spoed werd hij door de stakers afgevoerd naar het ziekenhuis in Winschoten, waar hij de volgende dag zou overlijden. Zijn begrafenis mondde uit in een massabijeenkomst, waarbij de gemeente korte tijd noodgedwongen het samenscholingsverbod moest opheffen. Zo’n 1000 arbeiders kwamen de laatste eer bewijzen aan hun gevallen kameraad. 

Samen met het gezin van Eltjo richtten zij een monument op op het kerkhof van Finsterwolde, niet ver van de plek des onheils vandaan. Met de staking liep het eveneens slecht af. Door het mooie weer, de inzet van zo’n 2000 stakingsbrekers en het invoeren van nieuwe machines wisten de boeren alsnog een groot deel van de oogst binnen te halen. Tegen de wens van de stakers in sloten de vakbondsbestuurders een akkoord met de boeren, en al snel ging het gerucht rond dat ze waren omgekocht door de werkgevers. Alhoewel de landarbeiders volgens het akkoord vanaf 1930 een loonsverhoging van 10% zouden krijgen werd de uitkomst gezien als een nederlaag. Een klein deel van de stakers probeerden onder leiding van een groep communisten de staking door te zetten, maar het ontbrak ze aan de middelen om er een succes van te maken.

Van de week waren wij aanwezig bij het graf van Eltjo om stil te staan bij de strijd tegen het kapitalisme die in Groningen dikwijls het hevigst werd (én wordt) gestreden. De gigantische ongelijkheid tussen grote boerenbedrijven en de werkende klasse van (Oost-)Groningen, de armste regio van Nederland, is ook in 2021 nog steeds pijnlijk zichtbaar. Net zoals in 1929 is de strijd tegen het kapitalisme niet enkel een strijd om het inkomen, maar vooral ook om politieke macht – iets waar het bij de grote meerderheid van de werkende bevolking aan ontbreekt. Waar de boeren en werkgevers het geld hebben om een leger aan lobbyisten in te kunnen huren om hun belangen te verdedigen, is de brede massa van de bevolking overgeleverd aan de grillen van het parlementaire spel in Den Haag. Het is daarom noodzakelijk dat ook wij, die laag van de bevolking zonder de middelen om onze belangen te verdedigen, onszelf en elkaar organiseren om voor onszelf op te komen en korte metten te maken met dat systeem dat tot al deze ongelijkheid leidt – het kapitalisme.

Wij danken de stakers van 1929 voor hun offers en putten inspiratie uit hun toewijding voor de strijd tegen het kapitalisme die ook vandaag de dag gevoerd wordt.