De leeuwen weg uit Artis – een goed begin

Vandaag maakte de Amsterdamse stadsdierentuin Artis bekend dat de leeuwen uit de dierentuin zullen verdwijnen. Er is geen geld voor het bouwen van een nieuw, groter verblijf. Hoezeer de eerste gedachte ook mag zijn: ‘och wat zonde, die horen toch bij Artis’, de leeuwen weg is een stap in de goede richting.

Stadsdierentuinen zijn niet meer van deze tijd. In Artis zijn bijna 900 diersoorten op een plek van 14 hectare, terwijl het natuurlijk habitat van deze dieren bizar veel groter is. Alleen al de leeuw, de stokstaartjes en de wasbeer leven op meer dan 200 keer deze ruimte. Hoe fijn de herinneringen die wij allemaal aan Artis hebben ook zijn, het houden van dieren in zo veel te kleine hokken is ronduit onethisch.

Uiteraard erkennen wij de wetenschappelijke en educatieve waarde van dierentuinen. Het is een plek om te leren over dieren die velen van ons anders nooit zouden zien, en het is een plek voor wetenschappers om op een veilige manier onderzoek te doen naar de dieren. Ook hebben dierentuinen natuurlijk waarde in fokprogramma’s voor met uitsterven bedreigde diersoorten.

Maar, deze voordelen betekenen niet dat de dierentuin in de stad moet zijn. Hoe natuurlijker het dier zich kan gedragen, hoe ‘echter’ de ervaring van deze dieren voor de kijker, hoe waardevoller het onderzoek voor de wetenschapper, en hoe realistischer het fokprogramma met het oog op herintroductie in het wild. Daarom zegt ROOD Amsterdam: schaal Artis af, maak op een plek waar ruimte is een grote dierentuin met oog voor dierenwelzijn. Een vogel hoort niet in een kooi, maar als die er dan van ons toch in moet, laat het dan een kooi zijn waarin die wél kan vliegen.