Kritische leden zijn betrokken leden

Dit opiniestuk is geschreven door ROOD-lid Arno van der Veen. ROOD-leden kunnen opiniestukken en andere publicaties sturen naar info@roodjongindesp.nl.

Op zeven juni verscheen het rapport van de Commissie Kooiman met aanbevelingen over de toekomst van ROOD en haar relatie tot de SP. De dag na publicatie kwam ROOD zelf met een reactie, waartoe ik iedereen van harte aanmoedig dit te lezen. Omdat ik zelf in het ROOD-bestuur zat tussen 2017 en 2020, waarvan anderhalf jaar als voorzitter, leek het mij zeker gezien de inhoud van het rapport nuttig hierop een eigen reactie te formuleren. Ik wil met dit stuk ingaan op zowel de argumentatie en constateringen waar de commissie voor kiest op te schrijven, in combinatie met de aanbevelingen die ze op basis daarvan doet.  

De jarenlange opbouw

De commissie kiest ervoor een vrij beperkte analyse te maken van de ontwikkeling van ROOD in de loop der jaren. Grofweg stelt ze: ROOD is van actieclub en kweekvijver voor de SP naar een discussieclub gegaan die enkel theoretici opleidt. In werkelijkheid was en is ROOD altijd onderhevig aan verandering. Sinds 2003 hebben op verschillende momenten verschillende heersende ideeën geleefd over hoe je een jongerenvereniging inricht. In het begin werd veel gekozen voor directe acties en het zorgen voor naamsbekendheid, denk aan acties tegen nertsenfokkerijen of het kraken van panden. In 2006 kende de SP in populariteit haar hoogtepunt, wat ook in de ledenaantallen van ROOD te merken was. Op veel plekken in het land ontstond een ROOD-groep, zonder dat we daarvoor al te veel criteria hanteerden. Intern stonden we voor de keuze als partij: toewerken naar een partij die ‘bestuur waardig’ is, of onze radicale en activistische ideeën verder uitdiepen en hierop mensen organiseren. Waar de SP in taal en toon meer parlementair ingesteld raakte, leefde bij ROOD het idee dat activisme centraal moet staan. Er werden, onder leiding van bijvoorbeeld Lieke Smits als voorzitter, legio ROOD-groepen opgeheven en criteria aangescherpt opgesteld om een nieuwe groep op te zetten. Die criteria hebben vanaf het opstellen tot strijd met SP-afdelingen geresulteerd, waarbij we als ROOD vaak nog meer van de ROOD-groep eisten dan de SP van haar afdeling.

ROOD werd daarna actief ingezet als breekijzer in de partij. In de verkiezing tussen Meyer en Gesthuizen werd bij ROOD zeer actief campagne gevoerd voor Meyer, waarbij wij er continue aan werden herinnerd wie ons zou hebben geleid in de campagne tegen het jeugdloon. Het verkiezen van Meyer versterkte de focus op activisme binnen ROOD, tezamen met een soort hardere vorm van actievoeren. Uitingen hiervan waren meer focus op lokale actietrajecten, het uitroepen van Kabinet Shell 1 op het VVD-congres, maar ook scholingsavonden als ‘Live life to the Marx’. Deze methodieken stuitten ook nu tot weerstand, zowel binnen ROOD als bij SP-afdelingen en regiovertegenwoordigers. Met enige regelmaat ligt een bestuurslid van ROOD overhoop met een SP-afdeling, maar krijgt ROOD intern steun van het Dagelijks Bestuur (DB) van de partij.

In de afgelopen jaren begonnen steeds meer leden de beperkingen van de focus op (een specifiek soort) activisme te ervaren. Tegelijk is de groep leden die de SP te weinig zichtbaar vindt op verschillende thema’s ook groeiende. Dat kan de partij op dat moment niet hebben, omdat er intern al genoeg kritiek en discussie is over een veelvoud van onderwerpen. Als ik mij kandidaat stel voor voorzitter wordt dat gezien als direct gevaar, juist omdat ik de ruimte wilde bieden aan nieuwe vormen van activisme en het bediscussiëren en analyseren van thema’s die tot dan minder aan bod kwamen. Verschillende medewerkers en partijbestuursleden maken kostbare tijd vrij om in aanloop naar mijn verkiezing leden op te trommelen die zich tegen mij zouden uitspreken. De kandidatencommissie wees mijn kandidatuur af, omdat ik ‘mijn plek niet ken’. Een uitspraak die zeker in het huidige licht een bijzondere lading krijgt. Uiteindelijk werd ik verkozen, nooit eerder werden zoveel stemmen uitgebracht.

Dit was niet de eerste keer dat ROOD een besluit nam dat onwelgevallig lag bij SP’ers, maar met het verschil dat dit onwelgevallig lag bij het DB in plaats van een groep afdelingen of regiovertegenwoordigers. Mijn boodschap tegenover hen was duidelijk: er moet iets gebeuren om jongeren voor de SP te winnen en te behouden. Dat sprak ik duidelijk uit, maar het contact met de toenmalige partijsecretaris en partijvoorzitter was goed te noemen. Daar waar we het met elkaar oneens waren bediscussieerden we dat uit. Tot veel concretere verbetering kwam het echter niet: het gemiddelde rapportcijfer van SP-jongeren over de SP is een onvoldoende. Ik hoopte dat in aanloop naar het XXIV congres in 2019 dit zou veranderen, mede door plaats te nemen in de congrescommissie. Een grotere farce heb ik in alle eerlijkheid nooit eerder meegemaakt. Ik nam deel aan vergaderingen die voor een deel niet eens werden genotuleerd, de hoofdstukken werden deels geschreven door mensen die daar niet bij waren. Ruimte voor serieuze inhoudelijke inbreng was er amper. Een uiterste poging de noodklok te luiden resulteerde in niets, het eerste antwoord wat ik kreeg: ‘We willen allemaal wel eens wat’, vanuit een commissielid was exemplarisch. Ik zag geen andere oplossing dan opstappen uit de commissie, het was een stuk waar ik als ROOD-voorzitter niet achter kon staan. Het bevatte immers geen concrete stappen hoe we gingen werken aan een partij waar onze jongeren trots op kunnen zijn. Of manieren om in ieder geval jongeren te zien als onderdeel van onze doelgroep, de afgelopen jaren veruit de kleinste kiezersgroep van de SP.

Slecht contact en ‘verstoorde relatie’

De commissie Kooiman spreekt daarentegen over slecht contact tussen ROOD en de SP. Om dit te duiden, dienen we weer terug te gaan naar 2019. In maart van dat jaar vonden voor de SP de slechtste verkiezingen in jaren plaats, die voor het Europees parlement. Na afloop maakten Ron Meyer en Lieke Smits bekend op te stappen, partijbestuursverkiezingen werden vervroegd. Ik kwam als gast terecht in een partijbestuur waar niemand meer de baas leek. Het gebruikelijke etentje waarin het nieuwe ROOD-bestuur zichzelf introduceert en kennismaakt met het DB kon op voorspraak van de fractievoorzitter niet doorgaan, omdat het veel zinvoller zou zijn te wachten en kennis te maken met een nieuw DB. Het werd voor mij duidelijk dat de SP, en zelfs het DB, niet één geheel vormde maar er strijd plaatsvond binnen een machtsvacuüm. 

De analyse over slecht contact tussen ROOD en de SP lijkt dan ook vooral een projectie te zijn van de interne problemen van onze partij. Het exemplarische dieptepunt vond plaats in 2019, toen de zogenoemde Proefkonijnencampagne werd opgezet (een campagne tegen het schuldenstelsel voor studenten). De strijd tussen ‘Amersfoort’ en ‘Den Haag’ werd pas echt zichtbaar toen ik wekenlang in twee verschillende appgroepen zat, waarbij ik door beide kanten werd aangespoord de ander de loef af te steken. De discussie ging over de manier van actievoeren: grofweg zag ‘Den Haag’ dit als promotie richting verkiezingen, ‘Amersfoort’ als nieuwe manier om jongeren op langere termijn te betrekken bij onze partij. Hierover schreef een bestuursgenoot een uitgebreide interne analyse. Ondanks dat deze is toegestuurd en toegelicht bij de commissie Kooiman, heeft zij besloten dit niet op te nemen in het onderzoek.

Het ‘slechte contact’ lijkt zich dan ook vooral te beperken tot een groep met een specifiek politiek idee over hoe ROOD zichzelf moet organiseren, en is voor zover ik kan terugvinden ook volledig eenzijdig. De fractievoorzitter is sinds haar aantreden welgeteld één keer in gesprek gegaan met ROOD-leden, bij tal van andere uitnodigingen kwam er een afwijzing of moesten we het doen met een vooraf opgenomen filmpje. Het door de commissie benoemde ‘etentje’ tussen ROOD en het DB werd door de fractievoorzitter een tijd lang tegengehouden, ondanks initiatieven van ROOD. Op vragen hoe om te gaan met de inmiddels gewraakte voorstellen bij ROOD kwam überhaupt geen reactie vanuit het partijbestuur, zoals ook te lezen is in het door ROOD gepubliceerde feitenrelaas. Ondertussen had ik als voorzitter goed contact met een grote verscheidenheid aan SP’ers, van afdelingsvoorzitters tot partijbestuursleden en van kaderleden tot Kamerleden. Een goed voorbeeld van dit laatste is Sadet Karabulut, die vrijwel iedere maand meedeed in het ROOD-actieteam voor internationale solidariteit ‘Niet in mijn naam’.

Escalatie, waarom?

De huidige afstand tussen de SP en ROOD is een gevolg van een jarenlange opbouw, het slechte contact meer een soort gezocht argument dan een feitelijke weergave. Dan blijft de vraag: waarom dan toch de escalatie? Het antwoord is wat mij betreft tweeledig. Het is zowel een manier om bredere kritiek weg te zetten als onderdeel van Communistisch Platform (CP), als een manier om een jarenlange gewenste reorganisatie van onze jongerenorganisatie te forceren.

Allereest is het zinvol het moment van escalatie te markeren: toen ROOD een voorstel op haar ledenvergadering in juni 2020 aannam om zich uit te spreken tegen regeringsdeelname van de SP met de VVD. Wat mij betreft geen radicaal of communistisch voorstel, maar het vasthouden van de SP-lijn uit 2017. Dat zou volgens de commissie onder meer moeten duiden op de beïnvloedbaarheid van leden door het CP. Misschien is het weer een projectie over hoe SP’ers omgaan met stemadviezen vanuit het partijbestuur, maar op ledenvergaderingen van ROOD vinden felle discussies plaats over (wijzigings)voorstellen. Ik noemde eerder het gemiddelde rapportcijfer voor de SP van jongeren in haar eigen partij: een onvoldoende. Dat zijn jongeren die allemaal ontevreden zijn op hun eigen manier, met eigen ideeën en eigen ervaringen. Dat deze zich bij specifieke voorstellen achter een ‘voor’ of ‘tegen’ scharen, lijkt mij inherent aan stemmingen. Door hen te vereenzelvigen met ‘het CP’ gaat de commissie voorbij aan die jarenlange discussie die er al plaatsvond en leden die vanuit hele andere overwegingen ontevreden zijn over de koers van onze partij. Wanneer ROOD werkelijk was overgenomen door het CP, was ik in de eerste plaats in 2019 immers niet als voorzitter verkozen. Toch kiest zowel de commissie als het partijbestuur ervoor die link actief te blijven leggen, en negeert ze daarmee een gigantische groep leden die zich zowel niet of slechts deels herkent in dit partijbestuur als het CP.

De escalatie en zwartmakerij van actieve leden wordt nu gebruikt om onze jongerenorganisatie als geheel af te stoten, een idee waar genoeg SP’ers al jaren mee rondlopen. Dit is enkel de eerste keer dat het voor de meerderheid van het DB een wenselijke oplossing is. Zowel vanuit de groep die problemen had met de hardere activistische lijn, als ironisch de groep die juist in die lijn denkt en vanuit daar vindt dat de jongerenorganisatie vooral een actieclub moet zijn. En daarom dat democratie alleen maar onhandig is, dan kun je besluiten nemen die niet in lijn zijn met SP-besluiten. 

Commissie Kooiman tussen twee vuren in?

De commissie erkent dat het partijbestuur met haar royementen en manier van besluiten nemen een escalerende rol heeft gespeeld. Tegelijk erkent zij dat de SP voor veel jongeren te weinig zichtbaar is op een veelvoud aan thema’s, er ideologisch te weinig verdieping in de partij zit en jongeren niet serieus onderdeel zijn van de partijdemocratie om dit waar nodig aan te kaarten. Daarom doet ze ook (terechte) aanbevelingen over het aanpakken hiervan, door bijvoorbeeld de voorzitter van de jongerenorganisatie spreek- en stemrecht te geven in het partijbestuur en daarmee de Partijraad. Het bijzondere is de paradox die de commissie doet ontstaan: jongeren krijgen een versterkte positie binnen de partijdemocratie middels een voorzitter met stem- en spreekrecht, maar de democratie binnen de jongerenorganisatie zelf dient gesloopt te worden. Een uitkomst die alleen als wenselijk denkbaar is wanneer je oog hebt voor de reële problemen waar jongeren in onze partij tegenaan lopen, maar tegelijk in een vooraf opgelegde mal van afstoting moet passen. Een uitkomst die overigens precies veroorzaakt wat het SP-bestuur al die tijd zegt te willen bestrijden: groepsvorming binnen de SP, met twee parallel lopende jongerenorganisaties.

Veel effectiever zou het zijn om het voorstel om ROOD af te stoten te doen intrekken, om andere aanbevelingen over het versterken van de positie van jongeren in de partijdemocratie over te nemen. Wanneer de populariteit van de SP onder jongeren op een historisch dieptepunt ligt dien je betrokken leden niet af te stoten, maar hun ideeën serieus te nemen en het gesprek aan te gaan.