Reactie rapport commissie-Kooiman

Afgelopen maandagavond verscheen het rapport van de commissie-Kooiman over ROOD. Het is nog steeds onduidelijk waarom dit een maand later pas gepubliceerd kon worden. Wat betreft de conclusie zijn we het eens dat er een onoverbrugbaar meningsverschil is tussen het ROOD-bestuur en het dagelijks bestuur (DB) maar we hopen dat de partijraad de koers van het DB nog kan bijsturen. Zie daarover ook onze eerdere reactie op de conclusie.

Verder herkennen wij ons niet in het beeld wat in het rapport geschetst wordt over ROOD en het ontstaan van het conflict. Er staan ook een paar dingen in die gewoonweg niet waar zijn: ROOD heeft bijvoorbeeld in november gewoon een jaarrekening en jaarverslag over 2019 en een jaarplan en begroting voor 2021 aangenomen. Ook was het het ROOD-bestuur die het initiatief nam tot een gesprek met het DB. Hieronder zullen we op een paar punten uit het rapport ingaan. 

Het ‘oude ROOD’

Er wordt een beeld geschetst van het ‘oude ROOD’ waar wij en veel leden zich niet in kunnen vinden. De acties die worden aangehaald als grote successen zijn de campagnes voor een OV-kaart voor mbo’ers en die voor het mininumjeugdloon, allebei ook alweer even geleden. Ook recenter heeft ROOD campagnes gevoerd specifiek om werkende jongeren en mbo’ers aan te spreken: de ‘Flextremist van het jaar’-verkiezing en de de actie tegen aanvullende schoolkosten op het mbo. De ‘Flextremist van het jaar’-campagne leverde veel gesprekken en contactgegevens op maar bijna niemand is blijvend georganiseerd of wilde uiteindelijk aansluiten bij ROOD. Hetzelfde gold voor de schoolkostenactie. Beide campagnes waren vrij sektarisch opgezet, in de zin dat er weinig tot geen contact was met andere organisaties die zich met hetzelfde onderwerp bezig hielden. De campagne die het eerder wel heel goed deed was de campagne samen met Young and United tegen het minimumjeugdloon. ROOD speelde een actieve rol in het samen opbouwen van deze campagne. Het rapport claimt dat ROOD niet meer veel eigen acties en campagnes zou doen, maar juist het samen opbouwen van een sociale beweging in plaats van een eigen sektarische actie is de meest succesvolle ROOD-campagne geweest.

Kritiek en discussie

Het mislukken van die campagnes, samen met een dalend ledenaantal vanwege gebrek aan populariteit van de SP onder jongeren – en zonder jongerenorganisatie die de ruimte kreeg om zich apart te profileren om dat tij te keren – zorgde ook regelmatig voor kritiek binnen ROOD. Hoewel dit de laatste jaren verder is opgelopen is dat zeker niet nieuw. Het idee te moeten ‘actievoeren om het actievoeren’ leefde breed binnen ROOD en kwam bijvoorbeeld ook terug in het programma van voormalig voorzitterskandidaat Bastiaan Meijer, nu niet meer betrokken bij ROOD. In 2019 werden er door een aantal ROOD-leden concrete voorstellen gedaan om de problemen die zij zagen binnen ROOD op te kunnen lossen. Zo was er een voorstel voor politieke cafés om actiestrategie te bespreken om te zorgen dat de volgende campagnes niet weer zouden floppen. Ook werd het instellen van een scholingswerkgroep voorgesteld vanwege het gebrek aan inhoudelijke en verdiepende scholingen vanuit de SP, een probleem wat de commissie ook constateert.

Deze kritiek werd niet gewaardeerd. SP’ers op de loonlijst van de partij die al jaren niet meer actief waren maar nog wel ROOD-leeftijd hadden kwamen speciaal opdagen naar de ledenvergadering om zowel de voorstellen als de indieners af te fakkelen. Leden die al jaren actief waren werden weggezet als ‘parlementaristen’ die liever wilden discussiëren in plaats van actievoeren. Ook de voorzittersverkiezing van dat jaar verliep rampzalig. Arno van der Veen zat al lang in het ROOD-bestuur en werd klaargestoomd om de nieuwe voorzitter te worden. Toen hij zich echter op een partijraad wilde uitspreken over het vluchtelingenstandpunt van de SP en aantijgingen die gedaan werden tegen ‘de Groep’ die zich daarover organiseerde moest er een andere kandidaat gevonden worden. Arno zette toch zijn kandidatuur door en ook hij werd afgefakkeld door de kandidatencommissie en de eerder genoemde SP’ers. Uiteindelijk werd hij toch gekozen, wat hem niet in dank werd afgenomen door de partij. De gang van zaken op deze ledenvergadering is een belangrijke bron geweest van onvrede over de SP vanuit ROOD. Helaas zijn de notulen op onverklaarbare wijze ‘kwijtgeraakt’ en kunnen we daar niet meer naar verwijzen.

Het ‘nieuwe ROOD’ en activisme

Dan over het activisme van nu. De commissie zegt dat dat alleen bestaat uit het aansluiten bij door anderen georganiseerde demonstraties. In 2019 startte ROOD de Proefkonijnencampagne voor compensatie van studenten onder het leenstelsel, ongeveer tegelijkertijd met de #NietMijnSchuld-campagne met ongeveer dezelfde eisen van de studentenvakbond en de FNV. Proefkonijnen kwam ondanks veel handtekeningen aan het begin niet echt van de grond en vanuit ROOD-leden was er veel boosheid dat er twee verschillende campagnes naast elkaar liepen. Daarom werd besloten om juist in te zetten op werken binnen #NietMijnSchuld. Op dit moment spelen ROOD-groepen, ondanks het slepende conflict en een gebrek aan middelen, een leidende rol in de verschillende lokale groepen en zijn een paar leden nauw betrokken bij de landelijke campagne. Ook is er vanuit ROOD een petitie gestart voor het compenseren van collegegeld vanwege corona (die zich juist ook richt op mbo’ers) waarbij het doel is om die campagnes uiteindelijk samen te brengen. De petitie is ook zo’n 50.000 keer getekend en er zijn lokale actiegroepen in de meeste grote steden. Daarnaast zijn lokale groepen nog steeds bezig met het organiseren van jongeren tegen huisjesmelkers in Groningen, Eindhoven en Utrecht

Een andere campagne waar veel ROOD-leden actief voor zijn en waren is de Voor14-campagne voor een hoger minimumloon. Congres XXIV in 2019 had besloten dat de SP zich ook bij die campagne zou aansluiten. De Kamerfractie kwam echter in 2020 met een wetsvoorstel dat minder ver ging dan de vakbondseis en Kamerlid Jasper van Dijk zette symbolisch een streep door de eis toen activisten hem vroegen die te ondertekenen. Dit zorgde voor grote onvrede bij ROOD-leden, die zich al maanden hadden ingezet voor de campagne. Misschien dat het daarom als onwenselijk wordt gezien dat ROOD-leden zich mengen in andere campagnes. 

Toegankelijkheid voor mbo’ers en werkende jongeren

In het rapport wordt een beeld geschetst dat door een cultuur van moeilijke discussies en weinig actie ROOD een studentikoos clubje is geworden. Deze analyse is niet alleen simplistisch maar is ook kleinerend naar mbo’ers. Er zijn meerdere redenen waarom ROOD, maar ook politieke jongerenorganisaties in het algemeen het niet geweldig doen onder mbo’ers. 

Politiek is onze maatschappij iets wat veelal ter sprake komt in bepaalde economische en sociale kringen. Er is een grote kloof tussen hoe vaak mensen op een mbo in aanraking komen met politiek vergeleken met mensen op het hbo of de universiteit. Dit moeten we bestrijden door jongeren aan te spreken op hun belangen in combinatie met een groter politiek verhaal. Een andere factor die bijdraagt aan het hoge aantal studenten is dat de SP het gigantisch slecht doet onder jongeren en ROOD, zoals de commissie zelf benoemt, geen ruimte kreeg om zich op een betere manier te profileren. Een bredere manier van apolitieke jongeren aanspreken op thema’s die hen aan het hart ging was daarom niet makkelijk.

De karikatuur die het rapport schetst over werkende jongeren en mbo’ers is erg naar. Er wordt gedaan alsof mbo’ers en werkende jongeren te dom zijn om zich te mengen in een discussie over de koers. Zij zouden alleen willen actievoeren en verder niks. Zo’n beeld jaagt juist mensen weg. Als socialisten zijn wij tegen deze segregerende kijk op onderwijs. Niemand dient bij voorbaat bestempeld te worden als niet capabel genoeg om mee te doen aan discussies. Natuurlijk is het wel zo dat we altijd ons best moeten blijven doen om discussies toegankelijk te houden zodat iedereen mee kan praten. Tegelijkertijd zorgen we juist met de scholingswerkgroep voor toegankelijke scholingen zodat alle leden worden aangemoedigd om na te denken over strategie en ideologie. 

Bovendien gaat het rapport voorbij aan hoe ROOD zelf heeft geprobeerd werkende jongeren te betrekken. In het ‘oude ROOD’, wat door de commissie wordt geprezen als toegankelijk voor werkende jongeren, was het zo dat besturen vrijwel volledig bestonden uit studenten of mensen op de loonlijst van de SP. Dit kwam vanwege een hoge werkdruk, het gebrek aan vergoeding om minder te kunnen werken en de druk om te allen tijde beschikbaar te zijn, niet rekening houdend met werktijden. De studenten in het bestuur liepen ook bijna allemaal studievertraging op, wat in tijden van het leenstelsel simpelweg betekent dat je jezelf dieper in de schulden steekt. In juni 2020 nam de ROOD-ledenvergadering een voorstel aan voor een vergoeding voor bestuursleden om het bestuur ook toegankelijk te maken voor werkende jongeren en mensen die het zich niet kunnen veroorloven om anders hun baan naast hun studie op te zeggen. Vervolgens besloot het partijbestuur om de financiële steun aan ROOD stop te zetten op het moment dat een vergoeding zou worden uitbetaald. Werkende jongeren worden wel gebruikt als karikatuur om discussie te ontmoedigen maar mogen geen leidende posities binnen ROOD.

Communistisch Platform en vertrouwen van leden

De rol die het Communistisch Platform (CP) zou hebben gespeeld in de veranderingen binnen ROOD komt ook naar voren in het rapport. Er wordt gesproken over de stemadviezen en mailinglists van het CP alsof zij de leden van ROOD in hun grip hadden. De mailtjes van CP worden zelfs benoemd als “instructies” waar ROOD-leden “gehoor aan geven”.  Dat er door discussie en omstandigheden er bepaalde politieke standpunten populair werden binnen ROOD lijkt de commissie niet te kunnen vatten. Dit beeld van leden, dat zij niet voor zichzelf kunnen denken, dat hun stem voor bepaalde ideeën enkel komt door een complot van een groep andere leden laat zien hoe deze commissie kijkt naar onze partij. Als een collectief volgers die niet voor zichzelf kunnen denken, die beschermd moeten worden van ideeën die niet de status quo binnen de partij zijn. Deze kijk op leden brengt ons bij het volgende punt

Deze commissie lijkt geen enkel vertrouwen te hebben in onze leden, en daarmee de partij. Het rapport schetst dat de minimale autonomie die noodzakelijk is om een echte PJO op te richten (een eigen vereniging) achteraf gezien een ‘ongelukkige’ keuze was. Als je dit doet is er namelijk een kans dat de leden van je partij in deze organisatie in bepaalde mate afwijkt van de SP. Het voorbeeld dat de commissie hier geeft is lachwekkend. De eigen jongerenvereniging kan technisch gezien ook VVD’ers toelaten! Stel je voor! Dit laat zien dat er een grote angst is om de controle op (jonge) leden kwijt te raken. Een plek waar jongeren actief zijn en formeel samenkomen wordt dan gezien als een gevaar. Hoewel het rapport verderop wel spreekt over het geven van ruimte voor eigen ideeën en inbreng van jongeren moeten ze vooral niet hun eigen organisatie krijgen. Maar juist een onafhankelijke organisatie is essentieel: jongeren moeten ervaring kunnen opdoen met het draaiend houden van een eigen organisatie zodat zij de politieke leiders van de toekomst kunnen zijn.

Gebrek aan communicatie

Dan over het gebrek aan communicatie wat de aanleiding zou zijn van het onoverbrugbare meningsverschil. Zoals hierboven geschetst gaat het eerder over een gebrek aan vertrouwen in de eigen jongerenorganisatie, het smoren van kritiek en ideologische verschillen die door de strakke controle geen uiting kregen. Een paar extra etentjes waren niet genoeg geweest om dit te voorkomen. Daarnaast is er zeker communicatie geweest tussen het partijbestuur en ROOD, ook vanuit het (vorige) ROOD-bestuur. Zie dit feitenrelaas voor een overzicht vanaf juni 2020. In het rapport van de commissie wordt voorbijgegaan aan het feit dat er al een commissie bezig was die zich bezighield met de relatie tussen ROOD en de SP en ook met een advies kwam waar het ROOD-bestuur toen achterstond. Die conclusie is bewust niet besproken in het partijbestuur. Ook wordt het juridisch advies niet volledig weergegeven en expres foutief neergezet. Er wordt geïmpliceerd dat het ROOD-bestuur tegen de statuten inging door niet over te gaan op het opzeggen van het lidmaatschap nadat de kandidaten waren geroyeerd. Het advies zei juist het wél was toegestaan en dat er op z’n minst een termijn was van vier weken waardoor de geroyeerde bestuurskandidaten gewoon nog lid waren. 

Al met al denken wij dat het rapport een onjuist beeld schetst van hoe ROOD vroeger was en nu is, essentiële informatie weglaat en op sommige punten gewoon niet klopt. We hopen dat we hiermee enigszins het beeld hebben kunnen rechtzetten. Ook hopen we dat de partijraad niet besluit om ROOD af te stoten. Het is van groot belang om een zelfstandige jongerenorganisatie te hebben zodat de partij haar binding met jongeren behoudt.