Van woonbeleid naar wanbeleid: de woningnood in Nijmegen

Hoewel Nijmegen in vergelijking met andere steden vrij veel huizen bouwt, lopen de problemen alleen maar op: Nijmegen had in 2019 landelijk het op drie na grootste woningtekort, en de verwachting is dat we in 2025 zelfs het grootste woningtekort van heel Nederland zullen hebben.

Binnen dit tekort zijn de wachttijden op een sociale huurwoning extreem lang: je wacht gemiddeld ergens tussen de 10 en 20 jaar op een geschikte woning. Dat zijn onmenselijk lange tijden om te moeten wachten op een huis met een huur die een beetje betaalbaar is. Studenten worden ook hard geraakt: kamerprijzen zijn vaak torenhoog, huisbazen lopen achter met onderhoud en tijdelijke contracten komen steeds vaker voor. Maar hoe is het toch zo ongelofelijk ver uit de hand gelopen? 

Sinds de jaren ’90 heeft de overheid minder directe banden met woningcorporaties en ontvangen deze ook geen subsidies meer. Met als gevolg dat deze gekrompen zijn en het idee ontstaan is dat sociale huur alleen voor de allerlaagste inkomens beschikbaar moeten zijn. Door het invoeren van de verhuurdersheffing houden woningcorporaties minder geld over om bij te bouwen, waardoor het aantal nieuwe sociale huurwoningen maar traag groeit. Vanuit liberale partijen als de VVD wordt het idee verspreidt dat huurprijzen lager zullen zijn als er meer particuliere verhuur is. Het gevolg hiervan is dat een groot deel van de sociale huurwoningen verkocht is aan huisjesmelkers en investeerders, die wonen niet als een recht zien maar als een manier om makkelijk veel geld te verdienen. Zij zijn de echte winnaars aan de huizencrisis: terwijl de rest van Nederland steeds meer geld uitgeeft om een dak over hun hoofd te hebben worden de verhuurders steeds rijker van het geld waar anderen hard voor hebben gewerkt.
Het aanmoedigen van woningen als privébezit leidt ook tot een ander probleem: mensen die het inkomen hebben om een huis te kopen zijn nog altijd een veel kleiner deel van hun inkomen kwijt aan wonen dan mensen die deze mogelijkheid niet hebben. Daarbij is een koophuis eigenlijk ook nog een soort belegging waar je waarschijnlijk later meer geld aan kan verdienen. Dit zorgt ervoor dat mensen die al veel geld hebben alleen maar meer krijgen, en mensen met minder juist minder overhouden. Dat leidt ook gelijk tot tegengestelde belangen: mensen die al een huis hebben willen niks doen aan de woningnood, omdat zij ervan profiteren. Stijgende huizenprijzen zorgen ervoor dat hun bezit meer waard wordt, terwijl stijgende huurprijzen voor mensen zonder eigen huis juist zorgen dat ze minder zullen bezitten. 

Het probleem komt dus niet alleen door een simpel tekort aan huizen, maar is veroorzaakt door bewust beleid om te zorgen dat de woningmarkt aantrekkelijk wordt voor mensen die er grof geld aan willen verdienen. Om een oplossing te vinden zijn dus ook niet alleen meer woningen nodig, maar een socialere hervorming van de woningmarkt. Weg met de huisjesmelkers en weer subsidie naar sociale huur, want wonen is geen markt maar een recht!